Soja en isoflavonen

Soja en isoflavonen

Isoflavonen zijn van nature aanwezig in sojabonen en andere peulvruchten zoals kikkererwten en linzen. Isoflavonen worden vaak beschreven als fyto-oestrogenen omdat de chemische structuur overeenkomsten vertoont met het menselijke hormoon oestrogeen. Omdat ze van plantaardige oorsprong zijn, noemen we ze 'fyto'-oestrogenen. 

De andere hoofdtypen van fyto-oestrogenen in de voeding zijn coumestanen, prenylflavonoïden en lignanen. Coumestanen zijn in zeer kleine hoeveelheden te vinden in groenten, zoals erwten, spruitjes en taugé. Prenylflavonoïden zijn te vinden in hop en het daarvan afgeleide product bier. Lignanen zijn te vinden in volkorengranen zoals lijnzaad en in sommige soorten groenten en fruit (waaronder selder, asperges en broccoli).

Graph about phytoestrogens

Soja wordt beschouwd als de belangrijkste bron van isoflavonen in onze voeding. De drie isoflavonen (genisteïne, daïdzeïne en glyciteïne) en hun respectieve glycosiden zijn goed voor respectievelijk zo'n 50%, 40% en 10% van het totale isoflavonengehalte van sojabonen. (Sojaproducten bevatten ongeveer 3 mg isoflavonen per gram eiwit. Dat betekent dat één glas sojadrink van 200 ml zo'n 18 mg isoflavonen levert. 

Het verschil tussen fyto-oestrogenen en oestrogeen

Hoewel de structuur overeenkomsten vertoont, gedragen isoflavonen zich in het lichaam anders dan oestrogeen. Er zijn twee soorten oestrogeenreceptoren (ER) aanwezig in het menselijk lichaam: alfa (ERα) en bèta (ERβ). Op moleculair niveau binden isoflavonen zich bij voorkeur aan en trans activeren ze de ERβ, terwijl oestrogeen zich in gelijke mate bindt aan beide receptoren en deze in gelijke mate trans activeert. 

Dit verschil in binding en transactivatie tussen isoflavonen en oestrogeen is significant, omdat de twee ER's verschillende weefseldistributies hebben en, indien geactiveerd, verschillende en soms zelfs tegenovergestelde fysiologische effecten kunnen hebben. De voorkeur van isoflavonen voor ERβ is de reden waarom ze worden geclassificeerd als selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (SERM's). SERM's hebben in sommige weefsels oestrogene effecten, in andere weefsels antioestrogene effecten en in nog andere weefsels helemaal geen effect.

De weefseldistributie en relatieve ligandbindingsaffiniteit van ER-bèta en ER-alfa verschillen. Deze bevinding kan helpen om de selectieve werking van isoflavonen in verschillende weefsels te verklaren. ER-alfa komt voornamelijk tot expressie in weefsels zoals de borst en de baarmoeder, terwijl ER-bèta aanwezig is in de hersenen, botten, blaas en het cardiovasculaire systeem.

Zeer zwakke oestrogene activiteit

Isoflavonen zijn natuurlijke verbindingen die in veel planten voorkomen. Ze behoren tot de grote familie van de polyfenolen. Isoflavonen worden ook fyto-oestrogenen genoemd omdat hun chemische structuur overeenkomsten vertoont met het menselijke hormoon oestrogeen. Hun werking in het lichaam is echter duidelijk verschillend. Isoflavonen hebben een zwakke en selectieve affiniteit voor de oestrogeenreceptoren in vergelijking met oestrogeen.


In voedingsmiddelen zijn isoflavonen voornamelijk aanwezig als inactieve 'glycosiden' (d.w.z. gebonden aan een suikermolecuul). Om te worden opgenomen in het lichaam, moet deze suiker worden verwijderd. Dat gebeurt via een proces dat 'deglycosylatie' wordt genoemd en wordt uitgevoerd door een specifiek darmenzym. 'Aglycone' isoflavonen (zonder hun suikerdeel) worden vervolgens door het lichaam opgenomen.

Na opname worden de meeste aglycone isoflavonen verder gemetaboliseerd in de lever: de meeste aglyconen (ongeveer 98%) zijn geglucuronideerd of gesulfateerd en de meeste worden dus weer geïnactiveerd. De meerderheid van de isoflavonen die in ons lichaam circuleren, zijn dus aanwezig in inactieve geglucuronideerde of gesulfateerde vorm. Terwijl de activiteit van circulerende aglycone isoflavonen onder laboratoriumomstandigheden ongeveer 1000 keer lager is dan bij endogeen oestrogeen.

Belangrijke opmerking: Veel van de bezorgdheid over isoflavonen kan worden toegeschreven aan de resultaten van studies op knaagdieren. De waarde van knaagdierstudies voor de beoordeling van isoflavonen is evenwel beperkt, omdat knaagdieren isoflavonen heel anders metaboliseren dan mensen.

Internationale autoriteiten bevestigen de veiligheid van isoflavonen

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) komt in haar risicobeoordeling tot de conclusie dat isoflavonen bij postmenopauzale vrouwen geen nadelige invloed hebben op borst, schildklier en baarmoeder.


De EFSA heeft een risicobeoordeling uitgevoerd voor vrouwen in de peri- en postmenopauze die soja-voedingssupplementen gebruiken met geïsoleerde isoflavonen.

De EFSA-deskundigen concludeerden dat er geen verhoogd risico op borstkanker is en er geen effect is op de uterus of de concentraties schildklierhormonen bij vrouwen in de menopauze die een supplement van 150 mg isoflavonen per dag innemen. De hoeveelheid isoflavonen die van nature aanwezig is in sojaproducten is veel lager in vergelijking met de hoeveelheid in voedingssupplementen. De EFSA heeft geen effecten waargenomen bij de hoogste innameniveaus van geïsoleerde isoflavonen in voedingssupplementen. Dat betekent dat de EFSA indirect erkent dat de consumptie van sojaproducten, die van nature isoflavonen in veel kleinere hoeveelheden bevatten, volkomen veilig is. 

Het World Cancer Research Fund (WCRF) en het American Institute for Cancer Research (AICR) concludeerden ook dat sojaproducten als onderdeel van een gezonde voeding perfect veilig zijn en geen risico's inhouden voor vrouwen met borstkanker. 

Referenties

 American Institute for Cancer Research (AICR). Cancer Research Update: Soy is Safe for Breast Cancer Survivors [Internet]. 2012 [cited 8/20/2018]. Available from: http://www.aicr.org/cancer-research-update/2012/november_21_2012/cru-soy-safe.html

 Zamora-Ros R, Knaze V, Lujan-Barroso L et al. Dietary intakes and food sources of phytoestrogens in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC) 24-hour dietary recall cohort. Eur J Clin Nutr 2012;66:932-41.

 Rowland I, Faughnan M, Hoey L, Wahala K, Williamson G, Cassidy A. Bioavailability of phyto-oestrogens. Br J Nutr 2003;89 Suppl 1:S45-58.:S45-S58.

 Messina M. Soy and Health Update: Evaluation of the Clinical and Epidemiologic Literature. Nutrients 2016;8:E754.

 Messina M, Nagata C, Wu AH. Estimated asian adult soy protein and isoflavone intakes. Nutr Cancer 2006;55:1-12.

 Paterni I, Granchi C, Katzenellenbogen JA, Minutolo F. Estrogen receptors alpha (ERalpha) and beta (ERbeta): subtype-selective ligands and clinical potential. Steroids 2014;90:13-29. doi: 10.1016/j.steroids.2014.06.012. Epub;%2014 Jun 24.:13-29.

 Jia M, hlman-Wright K, Gustafsson JA. Estrogen receptor alpha and beta in health and disease. Best Pract Res Clin Endocrinol Metab 2015;29:557-68.

 Kuiper GG, Carlsson B, Grandien K et al. Comparison of the ligand binding specificity and transcript tissue distribution of estrogen receptors alpha and beta. Endocrinology 1997;138:863-70.

 Kuiper GG, Lemmen JG, Carlsson B et al. Interaction of estrogenic chemicals and phytoestrogens with estrogen receptor beta. Endocrinology 1998;139:4252-63.

   Pons DG, Nadal-Serrano M, Torrens-Mas M, Oliver J, Roca P. The Phytoestrogen Genistein Affects Breast Cancer Cells Treatment Depending on the ERalpha/ERbeta Ratio. J Cell Biochem 2016;117:218-29.

 Speirs V, Carder PJ, Lane S, Dodwell D, Lansdown MR, Hanby AM. Oestrogen receptor beta: what it means for patients with breast cancer. Lancet Oncol 2004;5:174-81.

 Setchell KD, Cassidy A. Dietary isoflavones: biological effects and relevance to human health. J Nutr 1999;129:758S-67S.

 Setchell KD, Brown NM, Zhao X et al. Soy isoflavone phase II metabolism differs between rodents and humans: implications for the effect on breast cancer risk. Am J Clin Nutr 2011;94:1284-94.

 EFSA. Risk assessment for peri- and post-menopausal women taking food supplements containing isolated isoflavones. EFSA Journal 2015;13(10):4246 [342 pp.]. 2015.

 

 WCRF Intern. Continuous Update Project. Breast cancer survivors: how diet, nutrition and physical activity affect breast cancer survival [Internet]. 2018 [cited 7/24/2018]. Available from: https://www.wcrf.org/dietandcancer/breast-cancer-survivors