Laatste nieuws

Gezonde en duurzame voedingspatronen

Added on
02 Feb 2020
Gezonde en duurzame voedingspatronen

Op zoek naar winst op beide fronten voor Nederland

Sander Biesbroek zoekt in zijn proefschrift Healthy and Sustainable Diets, Finding co-benefits and trade-offs for the Netherlands antwoord op de vraag in hoeverre gezonde en duurzame voedingspatronen overeenkomen. Een veelgehoord advies ter verbetering van de gezondheid van zowel mens als planeet is minder dierlijk en meer plantaardige voedsel te eten. Biesbroek onderzoekt daarom in zijn thesis ook wat het effect zou zijn van een vleestaks en een subsidie op groente en fruit.

Biesbroek gebruikte voor zijn onderzoek de gegevens uit onder andere de EPIC-NL cohortstudie, de Nederlandse bijdrage aan de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition. Daarvoor zijn onder meer de voedselconsumptie en mortaliteit van meer dan 40.000 Nederlanders gedurende 20 jaar gevolgd. Biesbroek vond aan de hand van de EPIC-NL-studie geen verband tussen mortaliteit en voedingspatronen die een hogere broeikasgasemissie of meer landgebruik met zich meebrengen. Toch lijken eerdere onderzoeken en een scenarioanalyse van Biesbroek zelf erop te duiden dat vervanging van vlees door andere voedselgroepen (groente, fruit-noten-zaden, vis of pasta-rijst-couscous) het risico op sterfte en de milieu-impact wel degelijk kunnen verlagen.

Transitie
Van de huidige broeikasgasemissie in de Europese Unie wordt 20-30% veroorzaakt door voedselconsumptie en –productie. De helft daarvan ontstaat door de productie van vlees en zuivel, die bovendien 80% van de totale hoeveelheid landbouwgrond vraagt.

In de voedingspatronen van veel Westerse landen wordt een derde van de energie-inname geleverd door vlees en zuivel. Deze voedselgroepen zijn de belangrijkste bronnen van verzadigde vetten, die geassocieerd worden met een grotere kans op chronische aandoeningen. Bovendien zijn dergelijke Westerse voedingspatronen minder duurzaam dan bijvoorbeeld een lacto-ovo-vegetarisch dieet (een dieet met zuivel en eieren, maar zonder vlees).

Een transitie naar duurzamer en gezonder voedingspatronen, met minder dierlijk en meer plantaardige voeding, is dus wenselijk. Eetgedrag blijkt echter moeilijk te veranderen; de gemiddelde Nederlandse consument haalt de richtlijnen van bijvoorbeeld de Gezondheidsraad niet. Een belangrijke incentive voor consumenten om meer plantaardige en minder dierlijke producten te gaan eten, kan volgens de onderzoeker de prijs ervan zijn.

Prijsmaatregelen
Biesbroek schetst in zijn onderzoek de maatschappelijke effecten van drie scenario’s op het gebied van voedselprijsbeleid: een stijging van de vleesprijs door een belasting van 15% of 30% en een 10% lagere groente- en fruitprijs door middel van een subsidie. Hij doet dat aan de hand van de Maatschappelijke Kosten en Baten Analysemethode, met een tijdshorizon van dertig jaar (van 2018 tot 2048). De conclusie is dat zowel de belastingen als de subsidie kunnen leiden tot verlaging van de kans op chronische ziekten, verhoging van de kwaliteit van leven, lagere zorgkosten en hogere productiviteitsniveaus. Minder vlees eten lijkt positief voor een duurzamer voedselproductie: 15% taks leidt tot een reductie van 8,6% van alle meegenomen categorieën die van belang zijn voor de milieu-impact (broeikasgasemissie, landgebruik, eutrofiëring en verzuring); 30% taks leidt tot een reductie van 16%. Het subsidiescenario laat een lichte stijging (4,5%) van de milieu-impact zien. In geld uitgedrukt zorgen voorgestelde prijsmaatregelen over dertig jaar voor netto maatschappelijke baten: een 15% hogere vleesprijs levert de overheid ongeveer €3.100-7.400 miljoen op, een 30% hogere vleesprijs €4.100-12.300 miljoen. Een daling van de prijs van groente en fruit van 10% is, ten gunste van de consument, goed voor ongeveer €1.800-3.300 miljoen. De gevolgen van deze nationale maatregelen voor bijvoorbeeld de wereldhandel zijn in deze resultaten niet meegenomen.